Inleiding
De bedoeling van dit project is nog altijd dezelfde als vorige jaren,
nl. twee belangrijke
biomechanische kwaliteiten, stabiliteit en schokbreking, van enkele bekende
loopschoenen in kaart te brengen. De invoerders van loopschoenen in
België/Nederland, die zelf de schoenkeuze bepaalden, kunnen zodoende hun
producten t.o.v. hun concurrenten
situeren. De consument op zijn beurt kan op deze wijze een objectief oordeel
vormen over de biomechanische karakteristieken van een selectie op de Belgische
of Nederlandse markt beschikbare loopschoenen. Dit stelt een loper zodoende in
staat een meer verantwoorde keuze te maken naar de voor hem best geëigende
schoen.
Dit is de VIJFDE uitgave
van de jaarlijkse test en heeft dus betrekking op de loopschoenmodellen voor 2006
De tests volgen hetzelfde stramien als vorige jaren.
De selectie schoenen werd weer beperkt tot modellen die
of vooral stabiliserend (hier anti-pronerend) of vooral schokbrekend werken.
Zoals verleden jaar hebben we gepoogd een representatieve doorsnede van de op
de markt vertegenwoordigde merken voor te stellen. Dit jaar
zijn we erin geslaagd de volgende
merken bij de selectie te betrekken, Mizuno, Asics, Brooks, Reebok, Nike en
voor de eerste keer Puma. New Balance
en weer Adidas zijn er helass niet bij. Alle geteste schoenen zijn in de tabellen
hieronder terug te vinden.
Biomechanische betekenis en interpretatie der meetvariabelen
Teneinde de tests op een correcte wijze te kunne
interpreteren, is het belangrijk te weten wat de testmetingen precies
voorstellen.
De twee voornaamste biomechanische eigenschappen van
loopschoenen zijn schokbreking en stabiliteit van de
achtervoet.
Deze kwaliteiten kunnen door de volgende meetvariabelen
gemeten worden.
Deze kwaliteit werd door de volgende meetvariabelen
gemeten
- de impacttdruk Pimpact (grootte van de druk bij het
eerste hielcontact)
- de belastingssnelheid LRPimpact (dit is de
maximale snelheid waarmee Pimpact aangroeit,
in het Engels ³loading rate² genoemd).
Er wordt in de biomechanica ervan uitgegaan dat hoe
kleiner de impactkracht Pimpact en de belastingssnelheid LRPimpact zijn, hoe
beter de schokbreking van de betrokken schoen scoort. Naast de grootte van de
impactdrukken is vooral de belastingssnelheid van belang. Elastische structuren
zoals pezen en ligamenten zijn immers erg gevoelig voor zeer snelle, explosief
aangroeiende rekkrachten.
Vergeleken met andere jaren is hier de impactdruk i.p.v. krachtkracht
genomen. Deze keus stoelt op het feit dat drukken beter de lokale overbelasting
karakteriseren dan krachten, maar veel zal dat niet schelen daar druk en kracht
sterk aan elkaar gerelateerd zijn.
Welke lopers hebben het meeste nood aan schokbreking ?
Dit zijn voornamelijk mensen die een stijf enkelgewricht bezitten, waardoor ze
weinig schokbreking bij hielimpact vertonen en hierdoor dikwijls rugklachten
hebben. Ook mensen die regelmatig ³stress-breuken² oplopen vertonen dikwijls
een tekort aan schokbreking.
Voor (subtalaire) stabiliteit van de achtervoet worden
vooral de maximale subtalaire pronatie PROmax , de
calcaneaire eversie EVmax (zie figuur
hiernaast) en de respectievelijke snelheden VPROmax en VEVmax
gehanteerd.
In de biomechanische
podologie wordt algemeen aanvaard dat hielstabiliteit beter is naarmate de
subtalaire pronatie en de
calcaneaire eversie kleiner zijn en trager hun maximum bereiken.
Overbelasting
als gevolg van een tekort aan stabiliteit of door overpronatie leidt tot
typische knieklachten (³runners knee²), allerlei peesontstekingen
(bijvoorbeeld. van de kuitspieren of de plantaire fascia), voorvoetpijnen
(zoals metatarsalgieën, hallux valgus en rigidus), inwendige spierpijnen (zoals
het compartimentsyndroom) enz.
Samenvatting
De volgende tabel
vat alles nog eens samen
|
|
hoe minder hoe beter |
|
schokbreking |
Pimpact + Pimpact |
|
subtalaire stabiliteit |
PROmax + EVmax +VPROmax+VEVmax |
Experimentele opzet
Er werden 12
loopschoenen van 6 verschillende merken op getest. Zes daarvan werden door de
fabrikant zelf als schokabsorberend aangegeven, de zes overige waren meer als
stabiliserende
anti-pronatieschoenen gecatalogeerd
Merk en type van elke schoen zijn in de tabellen hieronder terug te vinden, waarbij de
eerste zes de schokbrekende (tabel
1) en de laatste zes stabiliserende modellen (tabel 2) zijn.
Schokbreking werd gemeten met behulp van een Footscan plantaire voetdrukmeter van
het merk RSscan. Hierbij wordt met behulp van meetzolen in de schoen zelf de
drukkrachten gemeten die de schoen
onderaan op de voet uitoefent. De figuur hieronder geeft aan hoe de drukken op
de voet worden weergegeven en welke plaatsen van de voet gemeten en in grafiek
worden gezet.

Een volledige analyse vereist echter bijkomend
kinematische informatie (afkomstig van bewegingsanalyse), vooral voor het
nagaan van de hielstabiliteit. Daarom werd tevens het Vicon-systeem
(een gecomputeriseerd videosysteem voor bewegingsanalyse van de firma Oxford
Metrics) ingeschakeld teneinde de pronatiecontrole van de anti-pronatieschoenen
te testen.
De proefpersonen, 30 in aantal waren voornamelijk jonge
vrije-tijdslopers. Ze werden beurtelings met de 12 verschillende schoenen op
een loopband getest aan een snelheid van 10 km/u. De testvolgorde van de
schoenen werd door het toeval bepaald zodat een eventuele invloed van de
volgorde op de resultaten uitgevlakt werd.
Testresultaten
De hieronderstaande
tabel 1 geeft de schoenen weer die op
schokbreking getest werden.
|
TABEL 1:
schokbreking |
Pimpact rang ( score in N / cm) |
LRPimpact rang
( score in N/ cm2/ms ) |
||
|
ASSICS Gel Nimbus IV |
3 |
25.1 |
2 |
1.03 |
|
BROOKS Glycerine |
2 |
24.0 |
2 |
1.04 |
|
MIZUNO Wave Rider |
1 |
23.0 |
1 |
0.89 |
|
NIKE Air Strom Pegasus |
3 |
25.9 |
2 |
1.01 |
|
PUMA Complete Phasis |
3 |
25.6 |
5 |
1.17 |
|
REEBOK Premier Ultra |
6 |
29.4 |
6 |
1.31 |
LRFimpact
is de belastingssnelheid van
de impactkracht Fimp
OPGELET
. Deze waarden zijn drukken en
zijn dus niet vergelijkbaar met de
krachtwaarden gevonden in de test van vorige jaren
De bovenstaande resultaten zijn hieronder voor de variabelen Pimpact
en LRPimpact afzonderlijk in grafische vorm voorgesteld.


De hier
volgende schoenen (tabel 2) zijn
door de constructeur als stabiliserend of anti-pronerend aangegeven.
|
TABEL 2: stabiliteit |
Evmax ang ( score in ° ) |
PROmax rang ( score
in ° ) |
VEVmax rang (score
In °/s ) |
VPROmax rang ( score in °/s ) |
||||||
|
ASICS GT2100 |
6 |
1.6 |
6 |
8.6 |
2 |
480 |
4 |
522 |
||
|
BROOKS Adrenaline GTS5 (*) |
1 |
-1.9 |
1 |
3.6 |
1 |
427 |
1 |
446 |
||
|
MIZUNO Wave Inspire |
3 |
1.1 |
2 |
7.3 |
2 |
456 |
2 |
498 |
||
|
NIKE air structure |
2 |
-0.3 |
2 |
6.9 |
2 |
470 |
4 |
515 |
||
|
PUMA complete tenos II |
3 |
1.3 |
2 |
7.9 |
2 |
453 |
2 |
482 |
||
|
REEBOK Premier FSM II |
3 |
1.0 |
2 |
7.4 |
6 |
554 |
6 |
620 |
||
(*) Brooks Adrelanine scoort hier wel eerst,
maar de metingen vertonen toch een grote variatie van persoon tot persoon.
Voorzichtigheid is hier dus geboden
EVmax is de maximale calcaneaire eversie en PRONmax
is de maximale subtalaire pronatie, terwijl VEVmax en VPRONmax
de respectievelijke snelheden zijn
De bovenstaande resultaten zijn hieronder voor elke variabele afzonderlijk
in grafische vorm voorgesteld.



Bespreking der resultaten
Schokbreking
Er zij vooreerst gesteld dat
bij het vergelijken van de verschillende waarden (= gemiddelden over alle
proefpersonen) men moet rekening
houden met het feit dat tabelwaarden ten gevolge van de altijd aanwezige
meetfout, maar echt verschillend van elkaar zijn als de verschillen op zijn minst
de aangegeven fout overstijgen. Voor Pimpact en de belastingssnelheid LRPimpact is deze fout respectievelijk ongeveer 1 à 1.5 N en
0.07 à 0.10 N/cm2/ms.
Het is hier wel opmerkelijk dat de scores voor beide meetvariabelen gelijk
opgaan, wat vroeger niet altijd het geval was.
Voor de twee belastingsvariabelen samen scoort de MiZuno Wave
Rider hier het best, op de ³hielen² gevolgd door BROOKS Glycerine . De
middenmoot wordt gevormd door ASICS Gel Nimbus (die vroeger veelal op de 1ste plaats stond), de
NIKE Air Pegasus en de PUMA Complete Phasis.
In deze testrreeks, is de
REEBOK Premier Ultra de hardste schoen wat hem eventueel; geschikt maakt
voor zwaargewichten en dus zeker niet voor lichtere lopers.
Subtalaire of achtervoetstabiliteit
Gewoonlijk liggen de scores voor een
bepaalde schoen ongeveer gelijk voor de 4 stabiliteitsvariabelen. Schoenen die
goed scoren voor één variabele, doen dit meestal ook goed voor de andere
variabelen zoals de BROOKS Adrenaline GTS5 dit voorbeeldig doet, kort gevolgd
door de NIKE Air Structure. De middenvelders zijn de MIZUNO Wave Inspirte, de PUMA Complete Tenos II en de
REEBOK Premier FSM II. Dit is nogal logisch daar al deze schoenen door hun respectievelijke fabrikanten als ³lichte
controleschoenen² bestempeld worden.
De ASICS GT2100 doet het hier minder
goed dan in het verleden waar de gelijkaardige GT2080 als eerste geklasseeerd
werd.
Hier ook dient men ook met
meetfouten rekening te houden met
fout. Daardoor zijn verschillen in pronatie en eversie maar echt significant
als deze .5 à 1° overstijgt. Voor de respectievelijke hoeksnelheden is dat
ongeveer 20°/s. Opmerkelijk is dat zoals verleden keer de eversie- en
pronatiesnelheden weer vrij dicht bij elkaar liggen.
Conclusie
Sporters die regelmatig met rugklachten en stressbreuken te
maken hebben of waarvan het
kniekraakbeen aangetast is, vertonen meestal een gebrek aan schokbreking. Zij
doen er dus goed aan een schoen met goede
schokbreking te kiezen en de MIZUNO Wave Rider lijkt hier samen met de
BROOKS Glycerine een goede keuze.
Lopers met klassieke
overpronatieklachten, die dus een stabiele schoen zoeken, kiezen het best voor
BROOKS Adrenaline GTS5.
Dit geldt hier eveneens voor lopers
met zeer kwetsbare pezen (dus gevoelig voor hoge pronatie- en eversiesnelheden)
en die geen uitgesproken pronatiebeweging tijden grondcontact vertonen.
Doch de lezer mag niet vergeten dat
bovenstaande slechts een algemeen advies bij het kiezen van een gepaste
loopschoen voorstelt en dus
geenzins een individueel medisch of podologisch onderzoek vervangt.
Lopers met chronische klachten is het ten zeerste aangeraden een
sportarts-orthopedist en podoloog te raadplegen.